bodem


Wie aan de weg werkt, moet graven. Dat geldt zeker voor de N280 Roermond, waar we een deel van de weg verdiept aanleggen. In de bodem ligt van alles. Van Middeleeuwse muren, munitie tot kabels en leidingen. Dankzij de vele onderzoeken die in de voorbereidingsfase zijn gedaan, weten we vrij goed waar we rekening mee moeten houden. En als we iets onverwachts tegen komen, zijn er protocollen waar we ons aan houden. Dat maakt ons werk in de bodem makkelijker en veiliger.

Archeologische vondsten

Roermond heeft een rijke historie. Op de plek waar de Roer de Maas instroomt, ontstond in de 12de-eeuw al een nederzetting die vrij snel uitgroeide tot een stad. Daarom houden we er rekening mee dat we bij de werkzaamheden aan de N280 Roermond resten uit het verleden zullen aantreffen. Om hier een inschatting van te maken is in de voorbereidingsfase uitgebreid archeologisch- en cultuurhistorisch onderzoek gedaan. Ook zijn er boringen verricht en proefsleuven aangelegd.

Verwachting

Een groot deel van de werkzaamheden aan de N280 Roermond vindt plaats binnen het huidige tracé van de weg. Dat ligt op een opgehoogd dijklichaam van zand dat ergens anders vandaan komt. De kans dat hierin resten van archeologische waarde worden aangetroffen is klein.

De kans op vondsten uit Middeleeuwen of de periodes daarna is groter op plekken waar we dieper de grond ingaan. Zoals bij de kruising van de N280 met de Wilhelminasingel ter hoogte van de Cattentoren. We weten dat daar resten van de Cattentoren en de aansluitende stadsmuur onder het maaiveld liggen. Wat daar nog meer ligt en in welke staat deze resten verkeren is nog maar de vraag.

De grote onbekende factor is de voormalige geul van de Roer. Deze ligt gedeeltelijk onder de huidige N280 en is vanwege zijn ligging nooit onderzocht op archeologische waarde. Of en op welke diepte hier resten gevonden worden, is dus nog onbekend. De eerste en enige mogelijkheid die we hebben om deze plek te bestuderen, is wanneer we gaan graven voor de verdiepte ligging.

Werkwijze

Archeologische vondsten willen we behouden. Werkzaamheden waarbij we dieper de grond ingaan, de ongeroerde bodem in, vinden plaats onder archeologische begeleiding. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het graafwerk voor de verdiepte ligging. Dit gedeelte ontgraven we in lagen en zones, waar nodig gaan we afvoeren of zeven. Zo hopen we zoveel mogelijk archeologische vondsten te borgen. Indien nodig leggen we na een vondst het werk tijdelijk stil of verplaatsen het. Gevonden resten worden zorgvuldig gedocumenteerd.

Niet-gesprongen explosieven

In de Tweede Wereldoorlog is in en rond Roermond behoorlijk gevochten. De stad lag tussen november ’44 en februari ’45 zelfs in de frontlinie. De kans is dus aanwezig dat we bij werkzaamheden op niet-gesprongen explosieven stuiten. Daarom is in de voorbereidingsfase zorgvuldig in kaart gebracht wat het risico is op het aantreffen van bommen, granaten, munitie en mijnvelden.

Verwachting

Uit het onderzoek blijkt dat een deel van de werkzaamheden aan de N280 Roermond plaatsvindt in ‘verdacht gebied’ waar niet-gesprongen explosieven aanwezig kunnen zijn. Het gaat dan specifiek om het gebied rond de Louis Raemaekersbrug (voorheen de Maasbrug).

De kans bestaat dat we hier op grotere diepte stuiten op vliegtuigbommen of munitie. Het risico dat we dit soort explosieven ook op andere delen van het N280-traject aantreffen is beperkt. Dat komt omdat de grond hier al vaker geroerd is. Onder meer door eerdere werkzaamheden aan de N280, bij de aanleg van het Designer Outlet Roermond en de bouw van het Stadskantoor. Daarom is dit gedeelte van het tracé als onverdacht bestempeld. Wij zijn bij graafwerkzaamheden echter altijd alert op onverhoopte vondsten.

Werkwijze

Veiligheid staat voorop. Daarom werken we in verdacht gebied bij grondroerende werkzaamheden in samenwerking met een explosievendeskundige. Aan de hand van een detectieonderzoek bepaalt de explosievendeskundige of er verdachte objecten in het gebied aanwezig zijn. Als dit niet het geval is, dan geeft deze explosievendeskundige het werkterrein vrij en kunnen we aan de slag.

Als we een verdacht object of een daadwerkelijk niet-gesprongen explosief aantreffen, leggen we direct het werk stil en treffen we eerst noodzakelijke maatregelen. We schakelen zo nodig hulpdiensten of de explosieven opruimingsdienst (EOD) in. Pas als de kust veilig is, hervatten we ons werk. Deze werkwijze geldt ook bij toevalsvondsten in niet-verdachte gebieden.

Kabels en leidingen

In de ondergrond van Roermond ligt een spaghetti aan kabels en leidingen. Kabels en leidingen zijn er in alle soorten en maten: gas, water, elektra, internet en telefonie maar ook brandstoffen. Deze spaghetti zorgt ervoor dat er water uit de kraan komt en dat de verwarming aan kan. Maar ook dat het toilet kan blijven doorspoelen.

Om ruimte te maken voor de verdiepte liggingen en de nieuwe N280 verleggen we kabels en leidingen. Daarnaast vernieuwen en vergroten we diverse kabels en leidingen, zoals het hoofdriool parallel aan de N280. Roermond blijft zo in de toekomst ook voorzien van gas, water en licht.

Verwachting

De spaghetti in de ondergrond is een combinatie van nieuwe, vervallen en bijzonder oude kabels en leidingen. Daardoor is het soms lastig te bepalen van wie een kabel is, of hij nog in gebruik is en waar hij precies ligt. Informatie die zeer belangrijk is. Als we niet weten wat er zich in de ondergrond bevindt, dan kan er onverhoopt kabel- of leiding schade ontstaan.

Ons doel is het voorkomen van beschadiging van ondergrondse kabels en leidingen bij werkzaamheden aan de N280. Daarmee zorgen we ervoor dat u als gebruiker geen overlast ondervindt van werkzaamheden aan kabels en leidingen. Weten waar we een (verdwaalde) kabel of leiding kunnen tegenkomen is daarom van groot belang.

Werkwijze

We inventariseren eerst alle bekende kabels en leidingen. Dit doen we op basis van de meest recente gegevens van het Kadaster, tekeningen van de beheerders van kabels en leidingen en Gemeente Roermond. Soms zijn revisiegegevens van netwerkbeheerders (nog) niet bij het Kadaster bekend.

We voeren daarom extra onderzoek uit op kwetsbare locaties of op het moment dat er gegevens ontbreken. We gebruiken hiervoor grondradar. Soms graven we ook proefsleuven, zodat we de kabels en leidingen daadwerkelijk zien liggen. Op basis van deze actuele gegevens spreken we de verlegging voor de nieuwe kabels en leidingen door met de beheerders.

Voor we gaan graven vindt er nog een laatste controle plaats. Zo weten we zeker dat we goed voorbereid en met alle beschikbare informatie aan de slag gaan.

Nieuwe kabels en leidingen meten we met GPS in, zodat we in de toekomst beter weten waar de spaghetti in de ondergrond zich precies bevindt.